

28-07-2026
•We krijgen deze vraag wekelijks van sustainability managers: "Moeten we nu wel of niet rapporteren, en wat betekent die Omnibus-vertraging concreet voor ons?" Het antwoord is minder verwarrend dan het lijkt, zolang je twee dingen uit elkaar houdt: de wet zelf, en de fasering van wie wanneer moet beginnen. In onze projecten met bedrijven die hun materialiteitsanalyse voorbereiden, zien we dat de meeste verwarring niet gaat over de inhoud van de CSRD, maar over de vraag of ze nog tijd hebben. Dit artikel zet beide op een rij, en legt uit waarom "op tijd beginnen" belangrijker is dan "wachten op meer uitstel".
De Corporate Sustainability Reporting Directive verplicht bepaalde ondernemingen om duurzaamheidsinformatie op te nemen in hun jaarverslag, op dezelfde manier als ze dat vandaag al doen met financiële cijfers. Dat is het kernprincipe, en dat verandert niet door de Omnibus-vertraging.
In België is de richtlijn omgezet in nationale wetgeving via de FOD Economie, die de verplichting koppelt aan het jaarrekeningrecht [FOD Economie, 2024]. Concreet betekent dit dat duurzaamheidsinformatie geen apart, vrijblijvend rapport is dat een bedrijf naar eigen goeddunken opstelt. Het is een verplicht onderdeel van het (geconsolideerde) jaarverslag, elektronisch neergelegd bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België [Nationale Bank van België, 2024].
Dat onderscheid is precies waar veel bedrijven struikelen. Ze denken aan CSRD als een "ESG-rapport erbij", terwijl de wetgever het behandelt als een verplicht onderdeel van de officiële jaarrekening, met dezelfde ernst als de financiële cijfers. Wie dat verkeerd inschat, onderschat ook hoeveel voorbereidingstijd nodig is.
Nee. ESG is het inhoudelijke kader (milieu, sociaal, bestuur), terwijl CSRD de wettelijke verplichting is om daarover te rapporteren. Je kunt aan ESG werken zonder CSRD-plichtig te zijn, maar als je onder de CSRD valt, moet je ESG-prestaties aantoonbaar en gestructureerd rapporteren.
De Belgische wetgeving verplicht rapportage over drie domeinen: milieu, sociaal en bestuur [Belfius, 2024]. Concreet moet die rapportage volgens de FOD Economie en de Nationale Bank van België ingaan op:
Dat laatste punt is waar wij als partner het verschil zien tussen bedrijven die goed voorbereid zijn en bedrijven die in paniek documenten samenrapen. Een indicator moet meetbaar zijn. "We doen aan biodiversiteit" is geen indicator. "We hebben in 2025 een bedrijfsbos aangelegd van X hectare met gemeten impact op lokale soortenrijkdom" is dat wel. Wie dat onderscheid niet vooraf begrijpt, komt in de problemen zodra de auditor vraagt naar onderbouwing.
De verplichting geldt gefaseerd, gekoppeld aan het boekjaar en het type onderneming. Grote vennootschappen, beursgenoteerde kmo's (met uitzondering van microvennootschappen) en bepaalde niet-EU-ondernemingen met een Belgische dochter of bijkantoor vallen onder de wet [FOD Economie, 2024].
De fasering ziet er als volgt uit:
Moederbedrijven van grote groepen hebben bovendien een aparte verplichting: zij moeten geconsolideerde duurzaamheidsinformatie opnemen in het geconsolideerde jaarverslag van de hele groep, niet alleen van de individuele entiteit [FOD Economie, 2024]. Dat maakt de oefening voor holdings en groepsstructuren complexer, omdat dochterondernemingen mee moeten leveren aan één centraal verhaal.
Belangrijk voor wie nu denkt "dan hebben wij nog jaren": de voorbereidingstijd voor een degelijke materialiteitsanalyse en meetbare indicatoren is meestal langer dan bedrijven inschatten. Wachten tot het boekjaar waarin je verplicht bent, is te laat om nog geloofwaardige, meetbare acties op te zetten.
De Omnibus-vertraging verschuift de timing voor bepaalde ondernemingsgroepen, maar schaft de rapportageverplichting zelf niet af. Dat is de kern die veel bedrijven verkeerd interpreteren: uitstel is geen vrijstelling.
De beschikbare officiële Belgische bronnen bevestigen consistent dat de gefaseerde invoering blijft bestaan, en dat de basisverplichting voor grote en beursgenoteerde ondernemingen overeind blijft [FOD Economie, 2024; Nationale Bank van België, 2024]. Wat je met zekerheid kunt stellen:
Wij zien in gesprekken met CSR-managers een risicovol patroon ontstaan: bedrijven die de vertraging aangrijpen om hun duurzaamheidsplanning on hold te zetten. Dat is een vergissing. Wie nu stopt met voorbereiden, verliest exact de tijd die nodig is om ESG-indicatoren op te bouwen die standhouden bij audit. Een bedrijfsbos plant je niet in drie maanden voor je rapportagedeadline. Meetbare biodiversiteitsimpact bouw je over meerdere seizoenen op.
CSRD vraagt om aantoonbare duurzaamheid, niet om intenties op papier. Dat is precies waar de meeste bedrijven vastlopen: ze hebben een mooi duurzaamheidsverhaal, maar geen meetbare, verifieerbare acties om dat verhaal te onderbouwen in het jaarverslag.
In onze samenwerkingen met bedrijven uit productie, logistiek, financiële diensten en gezondheidszorg zien we telkens hetzelfde patroon: sustainability managers hebben concrete targets rond natuur, CO₂ en sociale impact, maar missen een partner die dat vertaalt naar iets tastbaars en meetbaars op het terrein. Precies daar ligt de link tussen wetgeving en actie. Een CSRD-rapportage die stelt "we investeren in biodiversiteit" is zwak. Een rapportage die verwijst naar een concreet, gemeten project, met aantal bomen, locatie, en impact op lokale soortenrijkdom, is sterk en verdedigbaar.
Dat is ook waarom we zien dat het aanleggen van een collectief bedrijfsbos via Start2Forest vaak landt in materialiteitsrapporten: het levert een certificaat, een meetbaar aantal bomen, en bij aankopen vanaf honderd bomen een teamevenement waar medewerkers zelf de handen uit de mouwen steken. Dat is precies het soort bewijsmateriaal dat een auditor herkent, en dat een marketingteam kan gebruiken voor extern storytelling.
Voor bedrijven die zelf grond of buitenruimte hebben, werkt een kantoorbos volgens de Miyawaki-methode nog directer: vanaf 100 m² groeit binnen drie jaar een dicht, biodivers bos naast je kantoor, met meetbare impact op stedelijke biodiversiteit én op het welzijn van medewerkers. Dat soort project geeft een CSR-manager tastbare cijfers voor de materialiteitsanalyse, en een HR-manager een teamactiviteit die verder gaat dan een pretpark-uitje.
Wie zijn CSRD-verplichting wil onderbouwen met concrete cijfers over ecosysteemherstel, kan ook kijken naar natuuropwaardering van bestaande groenzones: het herstel van verwaarloosd terrein tot biodivers gebied levert meetbare klimaatadaptatie op, en een verhaal dat zowel intern als extern werkt. Wie meer wil weten over hoe boscompensatie zich verhoudt tot dit soort projecten qua kost en aanpak, vindt dat terug in ons artikel over wat boscompensatie in Vlaanderen kost.
De kern van dit alles: CSRD beloont bedrijven die van compliance naar zichtbare, meetbare actie gaan, niet bedrijven die wachten op het volgende uitstel. Wie dat nu begrijpt, weet dat de Omnibus-vertraging geen reden is om te pauzeren, maar net de tijd om een geloofwaardig, meetbaar project op te zetten vóór de auditor erom vraagt. Wil je concreet weten hoe een lokaal natuurproject in jouw materialiteitsrapport past, vraag een gesprek aan met ons team en we bekijken samen welk project bij jouw sector en tijdslijn past.
De CSRD verplicht bepaalde ondernemingen om duurzaamheidsinformatie over milieu, sociaal beleid en bestuur op te nemen in hun officiële jaarverslag, net zoals ze dat al doen met financiële gegevens. Het gaat om aantoonbare, meetbare informatie over bedrijfsmodel, strategie, beleid en indicatoren, niet om een vrijblijvend duurzaamheidsverhaal naast de jaarrekening.
In België is de CSRD omgezet in nationale wetgeving via het jaarrekeningrecht, gecoördineerd door de FOD Economie. De verplichting geldt voor grote vennootschappen, beursgenoteerde kmo's (behalve microvennootschappen) en bepaalde niet-EU-ondernemingen met Belgische activiteit. De rapportage wordt elektronisch neergelegd bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België.
Nee. ESG (milieu, sociaal, bestuur) is het inhoudelijke kader waarover gerapporteerd wordt. CSRD is de wettelijke verplichting om dat op een gestructureerde, verifieerbare manier te doen in het jaarverslag. Een bedrijf kan aan ESG werken zonder CSRD-plichtig te zijn, maar wie onder de CSRD valt, moet ESG-prestaties aantoonbaar rapporteren.
De verplichting zelf is niet afgeschaft, alleen de timing verschuift voor bepaalde ondernemingsgroepen door de Omnibus-aanpassing. De gefaseerde invoering per boekjaar en ondernemingstype blijft bestaan. Uitstel betekent dus niet vrijstelling: bedrijven die wachten, verliezen net de voorbereidingstijd die nodig is voor geloofwaardige, meetbare acties.
De verplichting geldt voor grote vennootschappen, beursgenoteerde kmo's (met uitzondering van microvennootschappen), moedervennootschappen van grote groepen voor geconsolideerde rapportage, en bepaalde niet-EU-ondernemingen met een Belgische dochter of bijkantoor. De instapdatum verschilt per categorie, van boekjaar 2024 tot boekjaar 2028.
De rapportage moet ingaan op het bedrijfsmodel en de strategie, de weerbaarheid tegenover duurzaamheidsrisico's, het gevoerde beleid, eventuele stimuleringssystemen voor bestuur en directie, en concrete, meetbare indicatoren. Het moet integraal deel uitmaken van het jaarverslag, niet van een apart rapport.
Deel dit bericht

Forest Forward Team